De eerste nacht onder de bezetting ligt achter ons.
De straten zijn stiller dan ooit. Waar gisteren nog de stemmen van buren klonken, hoor je nu vooral het geluid van laarzen op de klinkers. Vlaggen zijn vervangen, bevelen worden uitgedeeld en overal lijkt men ons te willen vertellen hoe wij moeten leven.
Maar één ding hebben ze nog niet bezet.
Onze wil.
Vandaag heb ik besloten dat afwachten geen optie meer is. Verzet begint niet met grote daden, maar met kleine keuzes. Elkaar helpen. Hoop bewaren. Informatie delen. En weigeren om onze vrijheid in gedachten op te geven.
Daarom richt ik mij tot iedere Nederlander.
Ik kan deze strijd niet alleen voeren.
Ik heb mensen nodig. Niet iedereen hoeft een held te zijn.
Maar iedereen kan iets betekenen.
Misschien kent u een veilige route.
Misschien heeft u een radio verborgen.
Misschien kunt u een buur helpen die het moeilijk heeft.
Iedere kleine daad maakt onze gemeenschap sterker.
En laten we eerlijk zijn...
Mocht u mij tegenkomen terwijl ik met een rugzak vol stroopwafels door de bossen sluip, dan is dat natuurlijk puur voor de bevoorrading van het verzet. Dat ik er af en toe zelf eentje opeet, beschouw ik als een noodzakelijke kwaliteitscontrole.
De bezetter mag dan denken dat hij Nederland heeft ingenomen. Maar hij kent de Nederlander nog niet.
Wij zijn koppig.
Wij helpen elkaar.
En zelfs op de donkerste dagen vinden we nog een reden om te lachen.
Dat is onze kracht.
Aan iedereen die bereid is mee te helpen, hoe klein de bijdrage ook lijkt:
Dank u.
Samen houden we de moed levend, totdat de dag aanbreekt waarop vrijheid opnieuw over onze dorpen en steden waait.
