De laatste overlevende rat van zijn rattenplatoon...

VetteRat2 september 2026begging

De laatste rat

De regen tikte zachtjes tegen de oude rioolbuizen terwijl ik langzaam door de modder liep.

Mijn buik schuurde bijna over de grond. Ik was altijd al een vette rat geweest. Niet bepaald het type soldaat dat je vooraan in een gevecht zou verwachten. Mijn ademhaling was zwaar en mijn poten deden pijn.

Maar ik liep.

Achter mij lag mijn platoon.

Ooit waren we met twaalf ratten geweest.

Twaalf broeders.

We hadden samen gegeten, gelachen en geslapen. We hadden elkaar beloofd dat niemand alleen naar huis zou gaan.

Maar de oorlog tegen de muizen had alles veranderd.

Maandenlang vochten we om iedere tunnel, iedere voedselvoorraad en iedere oude voorraadkast. Ik begreep eigenlijk nooit waarom we moesten vechten. Ik wilde alleen maar kaas.

Maar toen de oorlog kwam, trok ik mijn uniform aan.

En ik volgde mijn broeders.

De eerste die stierf was Karel.

Hij was klein, slim en had een groot litteken boven zijn oog. Tijdens een aanval op een muizenbunker werd hij geraakt.

Ik probeerde hem nog weg te slepen.

"Ga..." fluisterde hij.

"Ik laat je niet achter."

Hij glimlachte zwak.

"Dan sterven we samen."

Maar mijn kameraden trokken me weg.

Karel bleef achter.

Daarna kwamen de anderen.

Piet, die altijd grappen maakte.

Herman, die iedere avond vertelde over zijn vrouw en zijn kleine rattenkinderen.

Sjaak, die doodsbang was voor muizen maar toch iedere keer vooraan liep.

Één voor één zag ik ze sterven.

Sommigen verdwenen in de tunnels.

Sommigen kwamen om onder het puin.

Anderen sneuvelden tijdens gevechten die ik me later nauwelijks meer kon herinneren.

Op de laatste dag waren we nog met drie.

Ik, Theo en Mo.

We zaten ineengedoken achter een kapotte rioolpijp terwijl we de muizen dichterbij hoorden komen.

"Als we hier levend uitkomen," fluisterde Mo, "eet ik een hele kaas."

Theo grinnikte.

"Jij? Een hele kaas?"

"Ja."

Ik moest lachen.

Voor het eerst in dagen.

Toen hoorden we geschreeuw.

De muizen kwamen.

Theo sprong overeind.

Mo volgde.

Ik ook.

Ik weet nog dat ik rende.

Ik weet nog dat ik schreeuwde.

Daarna werd alles zwart.

Toen ik mijn ogen opendeed, lag ik tussen het puin.

Mijn oren suisden.

Ik keek om me heen.

"Theo?"

Geen antwoord.

"Mo?"

Stilte.

Ik kroop naar Theo toe en schudde hem zachtjes.

"Theo... kom op."

Hij bewoog niet.

Ik kroop naar Mo.

Ook hij bewoog niet.

Toen begreep ik het.

Ik was alleen.

De enige overlevende van mijn rattenplatoon.

Ik bleef daar zitten.

Ik weet niet hoe lang.

Ik wilde niet weg.

We hadden gezworen dat niemand alleen naar huis zou gaan.

Maar uiteindelijk stond ik op.

Ik vond het kleine stoffen vaandeltje van onze eenheid half onder het puin. Ik pakte het op en stopte het onder mijn jas.

Daarna begon ik naar huis te lopen.

De tocht duurde uren.

Niemand kwam me tegemoet.

Niemand riep mijn naam.

Toen ik eindelijk het rattenkamp bereikte, stonden daar tientallen ratten.

Ze keken naar mij.

Een jonge rat liep naar me toe.

"Waar zijn de anderen?"

Ik kon niets zeggen.

Hij keek achter mij.

"Waar zijn mijn vader en mijn oom?"

Ik slikte.

Langzaam haalde ik het vaandeltje onder mijn jas vandaan.

"Ze komen niet meer terug."

De jonge rat begon te huilen.

Ik keek naar de grond.

Ik had geen antwoord.

Die avond zat ik alleen in een donkere hoek van het kamp.

Voor mij lag een stuk kaas dat iemand voor me had neergelegd.

Mijn lievelingseten.

Ik pakte het op.

Ik nam een hap.

Maar het smaakte nergens naar.

Ik dacht aan Karel.

Aan Piet.

Aan Herman.

Aan Sjaak.

Aan Theo.

Aan Mo.

Aan alle broeders die ik had zien sterven.

Ik keek naar het kleine vaandeltje dat naast me lag.

"Jullie hadden samen met mij naar huis moeten komen," fluisterde ik.

Buiten begon het opnieuw te regenen.

Ik keek naar mijn vieze poten.

Naar mijn dikke buik.

Naar het uniform dat onder het bloed en de modder zat.

Ik had de oorlog overleefd.

Maar ik voelde me niet als een overwinnaar.

Ik voelde me alleen.

En voor het eerst sinds ik soldaat was geworden, huilde ik.

Niet omdat ik bang was.

Niet omdat ik gewond was.

Maar omdat ik als enige was teruggekeerd.

Even later ontmoetten ik https://app.warera.io/user/6a33160cd20284bc2140ae74 en zijn we dikke matties geworden in korte tijd, hij heeft me hier heen gebracht.

Samen gaan we de muizen terug pakken maar hiervoor heb ik geld nodig...

Ik kan niet beloven dat ik jullie geld niet uitgeef aan kaas.

De laatste overlevende rat van zijn rattenplatoon... | War Era