Kwark is net van plan zijn theehuis te sluiten voor de nacht. Dan komt het bericht dat Nederland Noorwegen binnenvalt. “Dit kan wel eens een bijzondere nacht worden” mompelt Kwark, terwijl hij denkt aan Regel der Acquisitie #34: “War is good for business.” Hij besluit zijn theehuis nog eventjes open te houden.
De deur van het theehuis slaat de hele nacht door open. Modderige laarzen, zware jassen, helmen onder de arm — de strijders van het Sorlandet‑front komen in golven binnen. Sommigen lachen luid, anderen staren zwijgend in hun kop dampende thee. Kwark, die normaal al geen moment stilzit, rent nu als een wervelwind tussen de tafels door.
Hij schenkt bij, veegt tafels af, en probeert ondertussen de sfeer licht te houden. Maar zelfs hij kan niet ontkennen dat er iets in de lucht hangt: een mengeling van spanning, verwachting en een vleugje angst.
Tussen de bestellingen door fluisteren de soldaten hem steeds hetzelfde toe:
“Heb je nog rood‑witte capsules?”
Kwark knikt dan slechts, alsof hij precies weet wat ze bedoelen — en dat doet hij ook. Hij verdwijnt naar de achterkamer en komt terug met een klein linnen zakje dat discreet wordt overhandigd. Niemand spreekt er hardop over. Niemand vraagt wat erin zit. Maar iedereen weet dat het iets is wat je pas opent als het écht nodig is.
Voor vertrek tikken veel strijders met hun knokkels op de houten deurpost — een oud gebruik dat geluk zou brengen. Anderen laten een munt achter op de toonbank, “voor als ik terugkom”. Kwark bewaart ze allemaal in een pot achter de bar. Hij zegt dat hij ze later teruggeeft. Hij weet dat niemand er ooit om vraagt.
De thee smaakt anders deze dagen. Niet omdat Kwark het recept heeft veranderd, maar omdat iedereen weet dat dit hun laatste kop is voor de strijd. Het theehuis is gevuld met verhalen, plannen, bravoure — maar ook met stiltes die zwaarder wegen dan woorden.
En telkens weer die fluisterende vraag:
“Rood‑witte capsules… heb je ze nog?”
Kwark knikt.
Hij heeft ze altijd.
