O, god, ik hoop dat de preek nu stopt,
Ik kan niet meer zitten, mijn buik die klopt.
De dominee praat lang en de zon staat laag,
De vreselijkste pijnen sluipen rond in mijn maag.
Eerst word ik warm en dan weer koud,
Nog nooit in mijn leven was ik zo benauwd.
Dominee, dominee, wees toch eens klaar,
Mijn rug trekt krom, de rapen zijn gaar.
Het knalt en het kraakt en mijn darmen kreunen,
Toen liet ik een scheet die de banken deed dreunen.
De mensen kijken om en mijn wangen zijn rood,
Mijn meisje Sannie schaamt zich haast dood.
De dominee zwijgt met zijn ogen in zijn kop,
De vrouw achter mij heeft haar hoed scheef op.
Kort op de hielen van de stereo klank,
Volgt de reactie van de kerk op de vreselijke stank.
Sommigen hoesten en beginnen te proesten,
Terwijl ze met zakdoeken in het rond woesten.
Mijn ogen die tranen, mijn hoofd in mijn nek,
Toen kwam de vrees voor een broek vol met drek.
En ja hoor, waarachtig, de volgende keer,
Gebeurde het onheil, ik trok het niet meer.
Ik dacht 't is een scheet want de druk was ontiegelijk,
Te laat besefte ik, het geluid was bedrieglijk.
Geschrokken na het gerommel als een donderstorm,
Merk ik ineens, de scheet heeft een vaste vorm.
De dominee zwijgt en hij staart me fel aan,
Een ouderling begint woedend op mij af te gaan.
Ik spring vol paniek op en maak dat ik hol,
Maar word teruggetrokken door een tien-pond drol.
De ouderling komt nader, zijn handen als een bak,
Ik schrik me zo kapot dat ik nóg een bol kak.
Mijn broek is nat en de pijpen staan bol,
Zo zat mijn broek sinds mijn jeugd niet meer vol.
De ouderling grijpt me, ik sta als van steen,
Toen spoot ik uit nijd de rest op zijn been.
Nu is hij woest en als een os zo sterk,
Mijn zintuigen verdoven door de stank in de kerk.
Hij sleurt me de kerk uit, mijn neus bij mijn kruis,
Wat een gore brutaliteit daar in het godshuis!
Mijn buik doet zo'n pijn, mijn benen zo zwak,
Het enige wat ik voel is die grote bol kak.
De ouderling kreunt en duwt op de drol,
En drukt dat ding bijna terug in mijn hol.
Buiten laat hij me vallen en stormt weer naar binnen,
Langzaam herstel ik van mijn bedwelmde zinnen.
Wat mij na al die jaren nog altijd verwondert,
Is hoe ik die zondag naar huis ben gedonderd.
Eén ding heb ik wel van de kerkdienst geleerd:
Als je maag gaat werken, is een plek bij de deur niet verkeerd.
En als je darmen draaien en je poepgat gaat bloeien,
Zorg dat je vliegensvlug naar het schijthuis kunt roeien.