
Als een onderzoeksbureau stelt dat 'de meerderheid van Nederland kiest voor patat in plaats van friet', dan is dat een geografisch ding o.b.v. de 'patat-frietgrens'. Ook Lubach heeft hier "onderzoek" naar gedaan en kwam tot dezelfde geografische conclusie als afgebeeld op de kaart.
#teamPatat gebruikt het meerderheidsargument als rechtvaardiging. Maar als in dit post-Babylonische tijdperk reikwijdte van taal een argument is, dan dient de scope niet tot Nederland worden beperkt.
Gelukkig zijn er ook bronnen te vinden op het interwebs die het beter hebben begrepen. Zo laat een simpele google search zien dat de wereld groter is dan het Nederland van boven de rivieren, met een opsomming van internationale vertalingen. Conclusie: praktisch de hele wereld spreekt van friet. Let op:
Amerika: french fries
Duitsland: Fritten, Pommes frites
Frankrijk: (patates) frites
Spanje: patatas fritas
Italië: (patatine) fritte
Scandinavië: pommes frites
half Nederland én België: friet.
Andere helft Nederland: HeT iS PaTaT!
De patat-frietgrens betrekt zich opvallend genoeg enkel op het gerecht en niet op aanverwante woorden. Zo spreekt men ook in Noord-Nederland van frietzak, frietpan, of frietsaus.
"De naam van friet of patat is afgeleid van de woordcombinatie patates frites; Belgisch-Frans voor 'gefrituurde aardappelen'. In Vlaanderen wordt meestal van friet, frieten, frietjes en soms ook fritten gesproken, in de drie zuidelijke provincies van Nederland en in het zuiden van Gelderland spreekt men van friet of frites, in de rest van Nederland wordt vaak het woord patat gebruikt. Het gebruik van het woord "patat" kan in Vlaanderen, Zeeland, Nederlands Limburg en Noord-Brabant verwarring veroorzaken, bij de eerste twee omdat het woord daar "aardappel" of "klap/slag" betekent en in de laatste gevallen omdat het woord er niet of nauwelijks gebruikt wordt."
"Als je dus in Vlaanderen zegt dat je patat wilt eten, krijg je gekookte aardappelen. Dat is verwarrend." Dit is niet bepaald een emotioneel argument: Het gebruik van frieten voorkomt verwarring.
Die verwarring is met logica te verklaren, ook taalkundig gezien. Het is namelijk niet ongebruikelijk binnen het Nederlandse taalgebied om een zelfstandig naamwoord te vernoemen naar het omzettingsproces. Enkele voorbeelden:
Water > na ijsvorming > ijs
Suiker > na karamellisatie > karamel
Zure (melk)room > na het karnen > karnemelk
Arme beestjes > hak-hak > gehakt
Patat/aardappel > na het frituren > friet
Een product na de omzetting precies dezelfde naam geven, zoals gefrituurde patatreepjes patat noemen, is niet logisch. Dat is als een ijslolly vruchtensap, een soufflé ei, en gratin kaas noemen.
Waar Amerikanen spreken van french fries, wordt in de rest van de Engelstalige wereld meestal over chips gesproken. Ook 'chips' is afgeleid van de activiteit (afsnijden), en niet van de aardappel.

Een niet te onderschatten voordeel van friet t.o.v. patat is het toonkarakter van het woord. Friet klinkt zacht en vriendelijk, patat hard en bijna agressief. In het oosten van het land is het met 'pahtaht' iets minder erg gesteld.
Dat bedrijven kiezen voor friet is de logische, inclusieve keuze: iedereen spreekt frietiaans, terwijl het patats toch meer een lokaal dialect is. Niets mis met streektaal, maar zie jezelf niet als 'dat kleine Gallische dorpje dat dapper weerstand blijft bieden' en stop toch met het (ongeargumenteerd!) promoten of zelfs afdwingen van patat.