OPINIE: het einde van een Era
Mijn Oranje hart doet vol trots kloppen wanneer ik denk aan ‘s lands eerste uitbreiding na de Second Glorious Revolution. Samen met onze Belgische bondgenoten wisten we ons rechtvaardig en eerlijk gezag uit te breiden over het Kanaal. Het bier vloeide rijkelijk in Nieuw-Utrecht, waar we werden ontvangen als helden. Niet veel later stonden onze neuzen gezamenlijk noordwaarts. We brachten beschaving naar het Koude Noorden. De barbaren namen het ons niet in dank af, maar we wisten: we waren onderdeel van iets groters. Het verspreiden van de gulden driekleur (rood-wit-blauw, niet oranje-wit-blauw) werd een prachtige missie, voortreffelijk uitgebracht.
Het Nederlands-Belgische expansieplan ging samen met het scheppen van een nieuwe wereldorde. In mijn tijd als minister van Buitenlandse Zaken trad Nederland toe aan gesprekken bij het vormen van een alliantie, eentje met een onmogelijke naam maar die in de begindagen ook wel de potatolovers werd genoemd. In ruil voor het helpen van onze nieuw gevonden bondgenoten konden wij ook rekenen op hun steun. Mijn beredenering als minister toenmalig voor het toetreden bij deze alliantie was dat het ten eerste de mogelijkheid gaf om ons rijk zo ver te vergroten. Ten tweede was ik overtuigd van het feit dat dit het spelers engagement zou vergroten. Waar Nederland daarvoor internationaal vrienden met iedereen was, vijanden met niemand, gaf het uitbreiden van de landsgrenzen en het toetreden tot de alliantie ons land een dubbele zingeving.
Dat waren mooie tijden. We hebben met deze alliantie maar liefst twee Grote Wereldoorlogen gewonnen en volgens mij heeft de Nederlandse toetreding tot de potatolovers ook voor veel spelplezier gezorgd. Hoewel het ons in een ongemakkelijke positie met Duitsland bezorgde, was het wel fijn om te winnen. Nederland heeft zich in die tijd enorm ingezet voor haar bondgenoten. Dat kon ook, omdat het verzet van de Noorderlingen niet of nauwelijks georganiseerd bleek. Het idee van een internationale alliantie is dat landen elkaar steunen. Hoe sterk zo’n alliantie is, hangt af van de zwakste partner. Uiteindelijk bepaalt de samenwerking tussen bondgenoten of een alliantie succesvol is of juist uit elkaar valt.
Helaas hebben wij als Nederland dan ook moeten constateren dat wanneer onze tijd aangebroken was, sommige internationale bondgenoten het verzaakten ons te helpen. Het is daarmee pijnlijk duidelijk geworden dat, wat mij betreft, de wereldorde waarin wij opereerden haar houdbaarheidsdatum heeft bereikt. Nederland staat daarmee op een kruispunt. Volgens mij hebben wij onze rol, samen met onze Belgische vrienden, altijd ingevuld als loyale bondgenoot, als betrouwbare partner, als speler die zijn afspraken nakomt. Maar loyaliteit kan geen eenrichtingsverkeer zijn. Wanneer die balans verdwijnt, resteert de vraag: in wiens belang handelen wij nog? En welke richting willen we als land op gaan? Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Belgen zich deze vragen al hardop stellen.
Het is mijn overtuiging dat we moeten gaan nadenken over een nieuwe wereldorde, waarin we meer focus moeten leggen op multipolariteit. Nu de BEER alliance ons heeft omringd en ze (ik snap niet waarom) hun vizier op ons hebben gericht, moeten we als land onze prioriteiten definiëren. Deze liggen wat mij betreft niet meer in onze huidige alliantie. Ik denk dat het tijd is voor een multipolaire wereldorde. De bipolaire wereldorde heeft de internationale situatie lange tijd bepaald en naar mijn mening ook beperkt. Nu hebben we de kans om mee te bouwen aan een nieuwe wereldorde. Als wij dat niet actief doen, zullen anderen die rol overnemen, en bepalen zij de regels waar wij ons later aan moeten houden.