Na maanden strijden aan het front vertelden mijn landgenoten mij dat er niets mooiers was dan geld verdienen. Laat het aan de Nederlander over om zelfs in tijden van de diepste nood te denken aan klinkende munten. Mijn commandant was onverbiddelijk: "Ga terug naar uwe fabrieken, spaar uw geld en bereid je voor op de volgende slagen."
Nu sta ik hier, dag in dag uit, zwetend in de hitte van de staalfabriek. Terwijl ik de karren met vloeibaar metaal voortduw, dwalen mijn gedachten voortdurend af naar de dampen van het slagveld en het geluid van de strijd.
In de hitte van de fabriek zijn mijn handen gevuld de verkeerde metalen. Ik mis mijn zwaard, mijn wapen en mijn kameraden.
De vragen branden harder dan de oven voor me:
Waar zijn mijn kameraden? Wat is de waarde van geld, als je er niet direct een tank van koopt? Waarom doe ik dit, terwijl mijn compagnons bloeden in de modder en ik hier wegkwijn in de eentonigheid?
Ik besef mij: arbeid is een leed waar ik mijzelf niet alleen uit kan bevrijden.
Help deze arme loonslaaf. Geef mij de middelen om dit zweet in te ruilen voor diesel en staal. Help mij aan een verse tank, zodat ik de fabriekshal kan verlaten en weer kan doen waarvoor ik gemaakt ben: strijden.
