Bonifatius had er zin in een avondje uit. Met dit keer zijn paarse mijter op liep hij het restaurant binnen en nam plaats aan zijn vaste tafeltje.
De ober kwam glimlachend naar hem toe.
‘Wat mag het vanavond zijn?’
Bonifatius hoefde niet lang na te denken.
‘Een huzarensalade.’
Even later stond het bord voor hem. Hij nam een flinke hap en knikte tevreden. Het was lekker. Goed zelfs. Maar terwijl hij verder at, keek hij een beetje peinzend naar zijn bord.
Huzarensalade. Alweer. Het viel een beetje tegen.
De smaak kende hij inmiddels door en door. Geen verrassing, geen avontuur. Gewoon huzarensalade.
‘Lekker,’ mompelde Bonifatius, ‘maar wel een beetje saai en het eet erg snel weg.’
Hij keek op de klok. Morgen zou het weer een andere dag zijn. Hij verheugde zich er al op om dan weer lekker zijn pilletje te poppen.
Na het afrekenen liep hij naar huis. Voor het slapengaan keek hij nog één keer op zijn wekker.
Die stond ingesteld voor vannacht.
Bonifatius glimlachte.
‘Mooi. Die mag ik niet missen.’
Hij legde zijn mijter klaar, kroop in bed en viel tevreden in slaap.
https://app.warera.io/battle/6ab9413ececdf519f1b76e1c
